Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Subonderdeel 1.2 klaagt dat voor zover in het oordeel van het hof besloten ligt dat in dit geval een uitzondering gerechtvaardigd is op het uitgangspunt dat sprake is van een (duur)overeenkomst voor onbepaalde tijd als deze (duur)overeenkomst eindigt door het intreden van een onzekere gebeurtenis, zoals het overlijden van een partij, dit oordeel uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, althans onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd. Een (duur)overeenkomst kan alleen voor bepaalde tijd kwalificeren als (i) sprake is van een in tijd vastgestelde/afgebakende periode (een X aantal jaar), (ii) een minimumduur of (iii) een maximumduur waarbinnen bepaalde verplichtingen/prestaties moeten worden verricht. Het overlijden van een van de partijen is daar niet onder te begrijpen, ook niet onder categorie (iii), nu daarvoor vereist is dat de maximumduur in tijd is afgebakend met een zeker tijdstip waarop de overeenkomst ‘hoe dan ook’ eindigt en niet afhankelijk is van een toekomstige gebeurtenis waarvan het moment niet vaststaat. Het oordeel klemt temeer nu een duurovereenkomst met een afgebakende periode in tijd ook als duurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan kwalificeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 47961 tot 49212.