Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:441.

Ook voor deze klacht ontbreekt op overeenkomstige gronden belang. Daar ketst deze al integraal op af. Van onbegrijpelijkheid in het licht van stellingen (ii) en (iii) is geen sprake. Stelling (ii) heeft het hof verworpen door te oordelen dat de overeenkomst niet opzegbaar is. Van stelling (iii) is het hof uitgegaan, maar het heeft geoordeeld dat partijen vervolgens een overeenkomst zijn aangegaan waarbij het ouderdomspensioen dat de man tijdens het huwelijk heeft opgebouwd wordt verdeeld , zodat er op grond daarvan vervolgens wel aanspraak bestaat op een deel van het ouderdomspensioen. Voor zover het subonderdeel zou bepleiten dat er bij een catalogus van dergelijke omstandigheden aanvullende omstandigheden zouden moeten worden vastgesteld om tot niet-opzegbaarheid te kunnen oordelen, stuurt dat aan op een hernieuwde weging van de omstandigheden van het geval, waarvoor in cassatie geen plaats is. Van een sub(rechts)regel of in acht te nemen omstandighedencatalogus als hier mogelijk bepleit wordt, lijkt mij rechtens geen sprake. De klacht is tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfec836f51541b6844c8c14399fa54b1a0db1a7182ed7d48a303839e452e88f4, en de alinea staat in dat document op bytes 51759 tot 52979.