Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:567.
Toen eenmaal het inzicht was gevestigd dat aan de uitoefening van bestuursrechtelijke bevoegdheden eigen algemene beperkingen naar ongeschreven recht inherent zijn – behoorlijkheidsnormen – en dat dit de beginselen zijn die al snel zijn aangeduid als de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, rees al snel de vraag of die beginselen dan ook niet eveneens van toepassing moesten zijn op het bestuurlijke privaatrechtelijk handelen van de overheid. Die toepasselijkheid werd in de rechtspraak van de Hoge Raad tot in de jaren ’80 van de vorige eeuw aanvankelijk nog slechts indirect aangenomen. Nadat in de toelichting op het reeds lang bestaande ontwerp van art. 3:14 BW was opgemerkt dat deze bepaling als ‘kapstok’ kon dienen voor een verdere ontwikkeling van de rechtspraak op dit punt (een steuntje in de rug van de rechter dus), heeft de Hoge Raad in 1987 het in het Didamarrest genoemde arrest Amsterdam/Ikon gewezen, waarin is aanvaard dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur rechtstreeks van toepassing zijn op het privaatrechtelijk handelen van de overheid. Sindsdien is de doorwerking van algemene bestuursrechtelijke normen in het privaatrecht een gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511, en de alinea staat in dat document op bytes 101596 tot 102864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511 | shasum -a 256