Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:567.

Art. 3:40 leden 2 en 3 BW hebben betrekking op het specifieke geval dat de wet het sluiten van de overeenkomst verbiedt. De bepalingen ervan stellen buiten twijfel dat als dit gebeurt in een dwingende wetsbepaling in beginsel mag worden aangenomen dat de overeenkomst nietig is (toetsing aan het ongeschreven recht, dus de goede zeden en de openbare orde, is dan niet meer nodig). De Toelichting Meijers vermeldt dat bij strijd met een dwingende wetsbepaling veelal ook sprake zal zijn van strijd met de openbare orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511, en de alinea staat in dat document op bytes 163075 tot 163676.