Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024
Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:567.
Bij toepassing van art. 3:40 BW op een overeenkomst die in strijd met de regels van het Didamarrest tot stand is gekomen, is dus allereerst de vraag of bij die strijd sprake is van handelen in strijd met een dwingende wetsbepaling. Het arrest verwijst voor de regels daarvan naar art. 3:14 BW. Die bepaling verbiedt als gezegd het aangaan van een overeenkomst als zodanig niet en is, zoals eveneens hiervoor opgemerkt (in 3.19-3.22), niet meer dan een schakelbepaling, evenals als het hier mede relevante art. 3:1 lid 2 Awb (zie hiervoor in 3.20). De relevante normen zijn dus de regels die op grond van die schakelbepalingen van overeenkomstige toepassing zijn. De art. 3:14 BW en 3:1 lid 2 Awb zijn hiernaast ook als wettelijke bepalingen te weinig bepaald voor het geval waarop art. 3:40 lid 2 BW het oog heeft (een specifieke wettelijke bepaling die het sluiten van de overeenkomst verbiedt) en ontberen bovendien ook de vereiste strekking (gericht op aantasting van de rechtshandeling) om als dwingende wetsbepaling in de zin van art. 3:40 lid 2 BW kunnen te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511, en de alinea staat in dat document op bytes 167776 tot 168924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d6b8f831b3106c66b145835db1f3896edd22d279092f65cd301900546fb4511 | shasum -a 256