Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:641.

De klachten van VPR c.s. falen. Het hof heeft namelijk niet miskend dat verschillende toetsingsintensiteiten gelden voor toetsing van privaatrechtelijk handelen van een overheidslichaam aan het evenredigheidsbeginsel. In rov. 6.8 verwijst het hof naar de hiervoor besproken Harderwijk -uitspraak waarin (in rov. 7.9) wordt benadrukt dat het bij de intensiteit van toetsing aan het evenredigheidsbeginsel gaat om een glijdende schaal waarbij alle intensiteiten toegepast kunnen worden. Deze verwijzing van het hof volgt op rov. 6.7 van het bestreden arrest waarin het hof overweegt dat ook bij een terughoudende toetsing van de door de Staat aangevoerde redenen, die redenen de weigering van privaatrechtelijke toestemming niet kunnen dragen. Verder blijkt uit rov. 6.4 dat de bestreden oordelen gegeven zijn tegen de achtergrond dat het uitgangspunt is dat de Staat als eigenaar het recht heeft om zijn privaatrechtelijke toestemming te weigeren. Daarop bestaat evenwel een uitzondering als de weigering strijd oplevert met onder meer het evenredigheidsbeginsel. Dit oordeel geeft mijns inziens blijk van terughoudendheid. Daarbij besteedt het hof aandacht aan de aard en het gewicht van de door de Staat ingeroepen belangen (rov. 6.8 en 6.9). Voorts overweegt het hof in rov. 6.3 (en voetnoot 10 met een verwijzing naar rov. 3.7 ) dat in het kader van het publiekrecht allerlei belangen zijn gewogen tegen de achtergrond van de Kennisgeving, maar dat de eigendomsbelangen van de Staat en de (ratio van de) afspraken met de tankstationhouders nog niet zijn gewogen. Daarmee is het hof wel degelijk ingegaan op het standpunt dat de Kennisgeving geen betrekking heeft op het privaatrechtelijk gebruik van het eigendomsrecht. Gelet op één en ander zijn de bestreden overwegingen niet onjuist, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Dit laatste wordt niet anders in het licht van de in subonderdeel 1.19 opgesomde omstandigheden die volgens VPR c.s. zijn aangevoerd, maar waarvoor in het middel geen enkele vindplaats is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 83646 tot 85892.