Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:641.

Voor zover VPR c.s. in subonderdeel 1.6 betogen dat het hof in het kader van de evenredigheidstoetsing een eigen beleidsafweging heeft gemaakt, baseren zij zich op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof bespreekt de door de Staat als rechtvaardiging aangevoerde belangen waarom hij tot een weigering van privaatrechtelijke toestemming is gekomen (zie rov. 6.9, aan het slot). De bepleite noodzaak om compensatie te geven komt aan bod in rov. 6.10-6.11 en het creëren van mededingingsruimte en de bescherming van consumenten in rov. 6.12. Het hof beoordeelt in die overwegingen achtereenvolgens de noodzakelijkheid, evenwichtigheid en geschiktheid van de categorische weigering van de Staat in het licht van de aangevoerde belangen. Een eigen beleidsafweging van het hof lees ik daarin niet. Verder respondeert het hof in rov. 6.14 en 6.15 op relevante argumenten van de Staat en VPR c.s. Ook daarin lees ik geen eigen beleidsmatige afweging door het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 85972 tot 86983.