Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Onder 3.36 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:641.

VPR c.s. vallen met de klachten in subonderdeel 1.22 het oordeel in rov. 6.11 aan dat vast staat dat de afspraken over de bescherming van de veilingopbrengst niet zagen op laadstations noch op de komst van shops bij (eenmaal toegelaten) laadstations. Dit oordeel is onjuist althans onvoldoende gemotiveerd, aldus VPR c.s. Uit art. 17 lid 2 en lid 4 van de Benzinewet zou iets anders volgen. Met subonderdeel 1.23 voegen VPR c.s. daaraan toe dat genoemd oordeel onvoldoende begrijpelijk is gemotiveerd omdat tussen partijen niet vaststaat dat de afspraken noch zagen op laadstations noch op de komst van shops. VPR c.s. hebben dit uitdrukkelijk betwist. VPR c.s. voegen daar in subonderdeel 1.24 nog aan toe dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat partijen het erover eens zijn dat ook de strekking van het Convenant en de Benzinewet is dat zij niet aan de komst van shops bij laadstations in de weg staan, dat oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 108244 tot 109333.