Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Onder 3.45 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:641.

In dit subonderdeel gaat het om de onderstreepte passage. In essentie klagen VPR c.s. dat voor zover het hof heeft geoordeeld dat zich in het onderhavige geval geen ‘dwingende redenen van algemeen belang’ als bedoeld in de zin van art. 4, punt 8) van de Dienstenrichtlijn voordoen, dat oordeel onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd is. Die lezing is onjuist, zodat de klachten falen. In rov. 6.7 overweegt het hof immers dat de vraag of de Dienstenrichtlijn nu wel of niet van toepassing is in het midden kan blijven, omdat hoe dan ook geconcludeerd moet worden dat de door de Staat aangevoerde redenen de weigering van privaatrechtelijke toestemming niet kunnen dragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 116898 tot 117588.