Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Onder 3.63 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:641.

Ik meen dat dit betoog faalt. Het hof stelt terecht vast dat VPR c.s. niet hebben toegelicht waarom de Staat hoe dan ook niet opnieuw een beslissing zou hoeven te nemen ten aanzien van de drie verzorgingsplaatsen die hier in het geding zijn. Dit had VPR c.s. wel moeten doen en kan het hof niet zelf invullen (art. 24 Rv). Dat nu in cassatie alsnog wordt uitgelegd waarom uit het gestelde zou moeten volgen dat hoe dan ook – los van de met de tankstationhouders gemaakte afspraken – niet opnieuw beslist hoeft te worden, is te laat. Bovendien zijn in cassatie geen klachten gericht tegen het oordeel in rov. 6.16 waaruit blijkt dat het hof de stellingen over level playing field en het Didam -arrest heeft begrepen als argumenten die zien op de vraag naar de onrechtmatigheid van de categorische weigering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf33654e04c706bb3d34e15ec51b390d21f3f451eb51db62e1930ad4082a2ed9, en de alinea staat in dat document op bytes 134520 tot 135413.