Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2024
Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:71.
Subonderdeel 3.6 richt zich tegen rov. 3.4.7. van het bestreden arrest voor zover het hof daarin heeft geoordeeld dat de financieringsaanvraag is getekend en de taxatie-opdracht is gegeven, nadat het beslag op de panden was gelegd, waardoor de causaliteit zou ontbreken. Volgens het subonderdeel heeft het hof hiermee ten onrechte aangenomen dat de bank al voorafgaand aan het verstrekken van het aanvraagformulier voor de financiering (de term sheet ), de offerte voor de taxatie of het uitbrengen van het taxatierapport wist van de beslagen. Deze wetenschap op de genoemde momenten staat echter niet vast en is door geen van beide partijen gesteld. Integendeel, Solidiam Vorderingen heeft gesteld dat Rabobank in een telefoongesprek aan [betrokkene 1] heeft medegedeeld dat begrepen moest worden dat het financieringstraject niet door kon gaan vanwege de gelegde beslagen op de panden van [betrokkene 1] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6ae869ea92ef126a1a213200f392351c5f7110995644a6b886d96a4677a874. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6ae869ea92ef126a1a213200f392351c5f7110995644a6b886d96a4677a874, en de alinea staat in dat document op bytes 77309 tot 78410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e6ae869ea92ef126a1a213200f392351c5f7110995644a6b886d96a4677a874 | shasum -a 256