Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2024

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:71.

Op grond van het voorgaande heeft het hof grief 14 van [erflater] – de rechtbank zou in rov. 4.11. ten onrechte hebben overwogen dat het aannemelijk is dat [betrokkene 1] als gevolg van de bankbeslagen in liquiditeitsproblemen is komen te verkeren, ook al werd volgens [erflater] slechts circa € 9.000 aan (positief) banksaldo getroffen door het beslag – laten slagen. Wat [erflater] in dat verband nog meer heeft opgemerkt, behoeft volgens het hof verder geen bespreking. Het hof heeft het aanbod van Solidiam Vorderingen om [betrokkene 5] , directeur van Rabobank (hierna: ‘ [betrokkene 5] ’), als getuige te doen horen, onvoldoende specifiek en niet ter zake dienend geacht. Het hof heeft dit aanbod gepasseerd om in de kern dezelfde reden als de reden voor het slagen van grief 14 van [erflater] (zie rov. 3.4.7. hiervoor):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e6ae869ea92ef126a1a213200f392351c5f7110995644a6b886d96a4677a874. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e6ae869ea92ef126a1a213200f392351c5f7110995644a6b886d96a4677a874, en de alinea staat in dat document op bytes 37262 tot 38176.