Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024
Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:731.
Hoewel het hof daartoe in mijn ogen niet verplicht (maar wel bevoegd) was, heeft het bij de beoordeling van vordering E, waarmee DME uit was op veroordeling van Inc en [verweerder 2] tot betaling van verbeurde dwangsommen die bij het verstekvonnis waren opgelegd, wel retrospectie toegepast. Het hof heeft in rov. 4.2 allereest geoordeeld – onbestreden in cassatie – dat DME ‘op dit moment’, dus ten tijde van de beslissing van de appelrechter , geen voldoende (spoedeisend) belang heeft bij de met haar vorderingen A, A1, B en C gevraagde voorlopige voorzieningen. Vervolgens heeft het hof in rov. 4.3 met het oog op vordering E geoordeeld – eveneens onbestreden in cassatie – dat DME door voltooiing van het eigen platform de nadelige gevolgen van de blokkade voor een groot deel zelf heeft weten op te heffen zodat ten tijde van het verzetvonnis geen voldoende spoedeisend belang meer bij haar vorderingen bestond. Deze overwegingen betreffen dus een beoordeling ex nunc van de situatie ten tijde van het oordeel in hoger beroep en ex tunc van de situatie bij wijzen van de verzet procedure. Het hof is daarmee op basis van retrospectie tot afwijzing van de vordering voor de toekomst gekomen, maar heeft in het dictum geen splitsing aangebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/27a71ebf0b63c818273a0dd4d58046392910da3c90dc831497c372ea23e2eff2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 27a71ebf0b63c818273a0dd4d58046392910da3c90dc831497c372ea23e2eff2, en de alinea staat in dat document op bytes 41276 tot 42723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/27a71ebf0b63c818273a0dd4d58046392910da3c90dc831497c372ea23e2eff2 | shasum -a 256