Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024
Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:737.
Ten aanzien van de vergrijpboeten heeft de Hoge Raad overwogen dat het gerechtshof Den Haag in zijn uitspraak diende te vermelden op grond van welke feiten en omstandigheden de conclusie is gerechtvaardigd dat belanghebbende met opzet onjuiste aangiften heeft gedaan als bedoeld in art. 67d(1) AWR. Met hetgeen dat hof in zijn uitspraak aan dat oordeel ten grondslag heeft gelegd, heeft het echter onvoldoende duidelijk gemaakt op grond van welke feiten en omstandigheden het heeft aangenomen dat belanghebbende de voor de aanwezigheid van (voorwaardelijk) opzet vereiste bewustheid had met betrekking tot de onjuistheid van zijn aangiften, aldus de Hoge Raad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766, en de alinea staat in dat document op bytes 21051 tot 21725.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766 | shasum -a 256