Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024

Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:737.

Belanghebbende klaagt in de toelichting op middel III, randnummer 24, over de onbegrijpelijkheid van het oordeel van het Hof dat belanghebbende na 18 oktober 2013 heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek naar de daadwerkelijke gemiddelde omzet per bezoeker en dat belanghebbende is blijven vasthouden aan zijn in het geheel niet onderbouwde en naar het oordeel van het Hof volstrekt ongeloofwaardige verklaring daarover. Volgens belanghebbende heeft hij wel onderbouwd waarom hij na 18 oktober 2023 niet meer wenste mee te werken aan een dergelijk onderzoek. Ik meen dat deze klacht berust op een verkeerde lezing van de bestreden uitspraak. Het Hof heeft, als ik het goed zie, niet bedoeld dat belanghebbende geen onderbouwing heeft gegeven voor zijn weigering mee te werken aan een onderzoek, maar heeft bedoeld te overwegen dat belanghebbende vasthield aan zijn ‘geheel niet onderbouwde’ verklaringen over de gemiddelde omzet per bezoeker. Deze klacht moet daarom naar mijn mening worden verworpen. Voor een uiteenzetting over het zwijgrecht van de verdachte en de eventuele spanning met niet-ontzenuwde vermoedens verwijs ik naar het vierde hoofdstuk van de gemeenschappelijke bijlage.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766, en de alinea staat in dat document op bytes 41218 tot 42431.