Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:737.
Ook hierin zie ik een verschijningsvorm van het niet ontzenuwde bewijsvermoeden. Het Hof kon niet rechtstreeks vaststellen wat belanghebbende wist. Het heeft dit ontleend aan de vaststelling dat de werkelijke kasontvangsten zeer aanzienlijk hoger waren dan die volgens de administratie en de daarop gebaseerde aangiften. Impliciet blijft de bewijsredenering inhoudende dat het ondenkbaar is dat een ondernemer als belanghebbende (een winkelier) geen weet heeft van de orde van grootte van zijn werkelijke omzet, en dat het evenzeer ondenkbaar is dat het hem niet opvalt als de omzet volgens zijn administratie zeer aanzienlijk lager is. Ik meen daarom dat ook deze klacht moet worden verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766, en de alinea staat in dat document op bytes 42893 tot 43601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eae122c800345afff84db5db69016489617c2100f082a6bfc7e33840baaca766 | shasum -a 256