Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024

Onder 1.7 Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:771.

(iii) De gevolgen van de oneerlijkheid van een beding. Een oneerlijk huurprijswijzigings- of opslagbeding moet in beginsel geacht worden nooit te hebben bestaan. Daarom vervalt iedere verhoging van de huurprijs na de aanvang van de huurovereenkomst die op het oneerlijke beding is gebaseerd. Voor zover in het verleden op basis van het oneerlijke beding doorgevoerde huurverhogingen door de huurder aan de verhuurder zijn betaald, zijn deze onverschuldigd betaald (art. 6:203 BW), zodat op de verhuurder een verbintenis rust om de onverschuldigd betaalde bedragen aan de huurder terug te betalen. Toekomstige huurverhogingen op basis van het oneerlijke beding zijn niet mogelijk. ( vraag 2 ) De Hoge Raad kan niet oordelen of een beperking in de tijd van de gevolgen van het oneerlijkheidsoordeel mogelijk is. Daarover kan alleen het Hof van Justitie van de EU beslissen. ( vraag 5 )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/828d100ec9d102ad8f51c7aa9096b077c19504945de9bc07635b3ff31de801ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 828d100ec9d102ad8f51c7aa9096b077c19504945de9bc07635b3ff31de801ce, en de alinea staat in dat document op bytes 17549 tot 18564.