Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024

Onder 8.5 Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:771.

Volgens vaste rechtspraak van het HvJEU – waaronder het door de kantonrechter in vraag 2 genoemde arrest van het HvJEU van 15 juni 2023, ECLI:EU:C:2023:78 ( Bank M ) − moet een als oneerlijk aangemerkt contractueel beding in beginsel worden geacht nooit te hebben bestaan, zodat het geen gevolgen heeft ten aanzien van de consument. Derhalve moet de vaststelling in rechte dat een dergelijk beding oneerlijk is in beginsel tot gevolg hebben dat de situatie waarin de consument zich rechtens en feitelijk zonder dat beding zou hebben bevonden, wordt hersteld, met name door een recht in het leven te roepen op terugbetaling van de voordelen die de verkoper op grond van dat oneerlijke beding ten nadele van de consument onverschuldigd heeft verkregen. Dit is anders als de consument afziet van de bescherming die de Richtlijn oneerlijke bedingen hem biedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/828d100ec9d102ad8f51c7aa9096b077c19504945de9bc07635b3ff31de801ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 828d100ec9d102ad8f51c7aa9096b077c19504945de9bc07635b3ff31de801ce, en de alinea staat in dat document op bytes 309418 tot 310451.