Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2024

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:835.

11. Art. 51c Sv verplicht dus – buiten de gevallen van art. 51f, vierde lid, Sv – niet tot vertegenwoordiging door een daartoe bijzonder gemachtigde, ook niet bij een rechtspersoon. De benadeelde partij kan zich immers laten vertegenwoordigen. De ratio van het voorschrift van een schriftelijke machtiging voor vertegenwoordigers, die geen advocaat zijn, is dat daarmee een voor de rechter kenbare waarborg wordt geschapen dat de vertegenwoordiger in overeenstemming met de wil van de benadeelde partij optreedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7535b49a26fa2bda0e263922ef4caf7963a3b8ee62eb37a3021d1ce2fbd272d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7535b49a26fa2bda0e263922ef4caf7963a3b8ee62eb37a3021d1ce2fbd272d, en de alinea staat in dat document op bytes 19999 tot 20564.