Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 6.14 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:85.

“14. (…). De arrestenreeks waarvan ook de hier behandelde zaak [Spilfunctie; PJW] deel uitmaakt heeft in de literatuur aanleiding gegeven voor verwarring. Die reeks werd ingezet met het Hunkemöller-arrest [zie 6.10 hierboven; PJW], gevolgd door het verwijzingsarrest van deze hofuitspraak en Autobar [de Koffie-zaak; zie 6.11 hierboven; PJW] en afgesloten met het Italiaanse beursvennootschap-arrest [Spilfunctie; zie 6.12 hierboven; PJW]. Die verwarring lijkt te worden veroorzaakt door het feit dat de Hoge Raad in Hunkemöller fraus legis toepaste op een situatie die gelijkenis vertoont met de situatie in Autobar en Hans Anders (private equity-fondsen die geen van allen een verbonden lichaam zijn met de debiteur van de aandeelhouderslening), maar vervolgens in Autobar en Hans Anders de uitspraken waarin het Hof Amsterdam en Hof Den Haag artikel 10a toepasten, casseerde. Zo menen Kok & De Vries zelfs dat het Italiaanse beursvennootschap-arrest de Autobar- en Hans Anders -arresten heeft achterhaald. Ik zie dat anders, zie ook mijn reactie op het artikel van Kok & De Vries in WFR 2023/215. Het enige dat de Hoge Raad in Hans Anders en Autobar doet is oordelen dat de situaties die daar aan de orde waren niet binnen de wettelijke beschrijving van artikel 10a vielen. Dat zegt evenwel niets over de vraag of die situaties eventueel fraus legis van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kunnen opleveren. Naar mijn mening poogt artikel 10a een codificatie en een uitbreiding van de frauslegisjurisprudentie te zijn uit 1993-1995. Die jurisprudentie was nog niet helemaal uitgekristalliseerd zodat de wetgever niet alles heeft kunnen codificeren. Zo is de Hoge Raad indertijd niet gevraagd te beoordelen of een Hunkemöller-situatie ook fraus legis oplevert, terwijl hij in Hunkemöller oordeelt dat dat inderdaad zo is. Daarnaast poogt artikel 10a een aantal situaties van renteaftrek uit te sluiten die door de Hoge Raad als niet strijdig met doel en strekking van de wet werden aangemerkt, zoals de situatie dat rente verschuldigd is aan een uitlener die de rente kan afzetten tegen verrekenbare verliezen. Het beeld dat uit deze samenloop tussen fraus legis en codificatie en modificatie ontstaat is inderdaad diffuus, maar toch ook weer niet compleet onlogisch.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 191632 tot 194099.