Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 6.21 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:85.

U heeft het concern-begrip uit uw onzakelijke-omleiding-rechtspraak (met name het Mauritius -arrest HR BNB 2015/165 ) in belanghebbendes zaak uitgelegd als: ‘verbonden’ lichamen in de zin van art. 10(4) Wet Vpb. Die rechtspraak ziet op de toepassing van art. 10a Wet Vpb, met name op de vraag of de belanghebbende het tegenbewijs van zakelijkheid van de verbonden lening in de zin van art. 10a(3)(a) Wet Vpb heeft geleverd. Uit uw verwijzingsarrest HR BNB 2022/113 (zie 3.14 hierboven) volgt dat in casu geen sprake is van een omleiding binnen concern in de zin van (de tegenbewijsregeling van) art. 10a Wet Vpb, dus ook niet van een onzakelijke omleiding binnen concern. Binnen iets dat er niet is, kan ook niets omgeleid worden. Art. 10a Wet Vpb is dus niet relevant in de verhouding tussen de LPs/CVs en de belanghebbende. Uit lid 1 volgt immers dat art. 10a alleen schulden tussen ‘verbonden’ lichamen kan treffen. In casu is de equity waaruit de SHL is verstrekt, niet bij de met de belanghebbende verbonden [I] of [G] omgezet in vreemd vermogen, maar bij de niet-verbonden LPs en CVs. De voor de overname beschikbare equity van de investeerders was dus al omgezet in vreemd vermogen vóórdat het – als vreemd vermogen – het ‘concern’ van [G] , [I] , belanghebbende, [A] en [B] bereikte. Doordat het eigen vermogen buiten het concern, nl. bij de LPs en CVs, in vreemd vermogen is omgezet, staat art. 10a Wet Vpb buiten spel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 218318 tot 220050.