Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 7.2 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:85.

Ik acht incidenteel middel (i) overigens ongegrond omdat het een voornamelijk feitelijk oordeel aanvalt dat mijns inziens niet berust op onjuiste bewijslastverdeling en evenmin onbegrijpelijk is. Dat het voor de geldverstrekkers economisch niet uitmaakt of zij met eigen of vreemd vermogen meedoen, impliceert op zichzelf niet dat dat vreemde vermogen daardoor een deelnemerschapslening wordt. Wel kan die omstandigheid het oordeel steunen dat de omzetting van eigen in vreemd vermogen gekunsteld en antifiscaal is, zoals expliciet blijkt uit het Hunkemöller -arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 252223 tot 252838.