Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:85.

Evenmin als de Rechtbank zag het Hof een compenserende heffing in Luxemburg voor de toepassing van art. 10a(3)(b) Wet Vpb. De belanghebbende droeg de bewijslast dat [I] een naar Nederlandse maatstaven redelijke heffing (minimaal 10%) betaalde over de rente op de SHL. Zij heeft echter geen enkel bewijs overgelegd waaruit van zo’n heffing blijkt. Voor het geval [I] slechts een doorgeefluik zou zijn en de compensatietoets dus bij de subfondsen zou moeten worden uitgevoerd, heeft de belanghebbende evenmin bewijs geleverd van een redelijke heffing bij die subfondsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd2edb0b7624866c91371e52eb0064b8460381b7f44ba59fe3768b89bb619fe7, en de alinea staat in dat document op bytes 54977 tot 55560.