Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 september 2024

Onder 8.3 Parket bij de Hoge Raad 6 september 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:916.

Het tweede gedeelte is mijns inziens een obiter dictum . In HR BNB 2016/177 faalt het middel alleen al omdat het berust op de onjuiste opvatting dat een individuele en buitensporige last zich voordoet wanneer het forfaitaire rendement op één bezitting – in dat geval: een tweede woning – het werkelijke rendement daarop overtreft. Dit tweede gedeelte expliciteert dat het middel berust op nog een andere onjuiste opvatting: het abstraheert ten onrechte van het voordeel wegens eigen gebruik van zo’n woning. Anders dan Heithuis, meen ik dat de argumentatie niet erop neer dat omdat ter zake van de tweede woning onder de Wet IB 1964 een fictief inkomen – het huurwaardeforfait – werd bijgeteld, het geen probleem is dat de Wet IB 2001 dit nog steeds doet. Ik begrijp het arrest zo dat de Hoge Raad de wijze van behandeling onder de Wet IB 1964 ‘slechts’ aanhaalt in het kader van de motivering dát (ook) onder het box 3-regime van de Wet IB 2001 de economische huurwaarde van een woning wegens eigen gebruik als inkomste in natura tot de belastbare inkomsten wordt gerekend. Wel is het zo dat de Hoge Raad niet motiveert waarom de economische huurwaarde in aanmerking moet worden genomen bij de beantwoording van de vraag of het forfaitaire stelsel dat gold tot 2017 bij de belanghebbende leidt tot een inbreuk op het eigendomsrecht. Dat laatste vond de Hoge Raad denkelijk zo vanzelfsprekend dat het geen motivering behoefde. Dat vind ik op mijn beurt als uitgangspunt geenszins onbegrijpelijk omdat het ruim binnen de toch al ruime beoordelingsmarge van de belastingwetgever valt om voor de heffing van belasting over inkomen uit vermogen ook de economische huurwaarde van een woning wegens eigen gebruik in aanmerking te nemen. Daarvan uitgaande spreekt het vanzelf dat bij de beoordeling of de box 3-heffing leidt tot een inbreuk op het eigendomsrecht in het geval waarin die heffing (onder meer) een woning in eigen gebruik betreft, rekening wordt gehouden met de economische huurwaarde. In zeker opzicht is HR BNB 2016/177 een toepassing avant la lettre van de arresten van 6 juni 2024 wat betreft het aansluiten bij het rendementsbegrip dat de wetgever voor ogen heeft gestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/129fd375439421d97aef560f7c887a1b87739732f401d636e17594f2ca9a27de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 129fd375439421d97aef560f7c887a1b87739732f401d636e17594f2ca9a27de, en de alinea staat in dat document op bytes 165960 tot 168412.