Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Dit onderdeel is in zoverre gegrond dat in de stellingen van UIB waar zij in het subonderdeel naar verwijst inderdaad besloten ligt dat EBT niet wist dat VFI ook voor eind mei 2012 in eigen naam factureerde. Bij vernietiging op grond van deze klacht heeft UIB echter geen belang. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat de afwijzing door het hof van de vorderingen van UIB mede steunt op het feit dat de facturering aan de Europese afnemers tot eind mei 2012 met medeweten van EBT plaatsvond door en op naam van VFI. Ook heeft UIB gesteld over de periode voor eind mei, toen nog geen factoring plaatsvond, geen schade te hebben geleden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 36451 tot 37264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256