Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Subonderdeel 2.1 stelt dat het hof een onbegrijpelijke uitleg aan de vorderingsgrondslag van UIB heeft gegeven doordat het in r.o. 6.10-6.12 UIB’s verwijt dat [eiser 2] /ZZC onrechtmatig heeft gehandeld door samen met VFI te handelen in de bananen van EBT (deze te leveren aan dubieuze afnemers, onder de marktprijs, in de wetenschap dat sprake was van een dekmantel voor drugsmokkel, althans daar op zodanige wijze betrokken bij te zijn dat sprake is van zelfstandig onrechtmatig handelen) enkel als afzonderlijke vorderingsgrondslag heeft beoordeeld en niet (ook) als onderdeel van UIB’s op een veelheid van feiten, omstandigheden en verwijten gebaseerd zorgplichtverwijt. Althans het hof miskent hiermee dat de vraag of [eiser 2] /ZZC onrechtmatig heeft gehandeld beoordeeld dient te worden op basis van de door UIB gestelde feiten en omstandigheden, ook in onderling verband bezien, (mede) gelet op wat van [eiser 2] /ZZC als professionele logistieke dienstverlener in het maatschappelijk verkeer verwacht en gevergd mocht worden. Het subonderdeel stelt tevens dat een en ander ook geldt voor de afzonderlijke beoordeling van de in r.o. 6.13, 6.15 en 6.22 genoemde verwijten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 50516 tot 51760.