Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Dit subonderdeel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Uit de weergave door het hof in r.o. 6.6, 6.7, 6.10, 6.13, 6.15 en 6.22 van hetgeen UIB heeft gesteld blijkt niet dat het hof de stellingen van UIB zo heeft begrepen dat zij de daar besproken feiten, omstandigheden en verwijten alleen als afzonderlijke vorderingsgrondslagen heeft aangevoerd. Het hof noemt namelijk in r.o. 6.6, 6.7 en 6.22 de schending van een zorgplicht en het gestelde handelen in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt in algemene zin. Ik wijs ook op hetgeen het hof overweegt in de eerste zin van r.o. 6.10: ‘In hetgeen UIB aanvoert ter onderbouwing van haar (primaire) grondslag (onrechtmatige daad) ligt als het meest verstrekkende verwijt besloten (…)’ en in r.o. 6.22 waarin het hof ‘gelet op al het voorgaande’ tot het oordeel komt dat door [eiser 2] /ZZC geen zorgplicht is geschonden jegens EBT en/of haar ketenpartners, waaronder UIB. Bovendien kwam het hof in deze rechtsoverwegingen niet toe aan een beoordeling van de gestelde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang. Het hof is van oordeel dat UIB onvoldoende heeft onderbouwd dat ZZC niet alleen als ‘afhandelaar’/logistiek dienstverlener, maar ook (op enigerlei wijze) als ‘handelaar’/verkoper betrokken is geweest bij de verkoop van de bananen van EBT door VFI (r.o. 6.12). Dat geldt ook voor het verwijt dat [eiser 2] /ZZC steeds heeft geweten, althans al veel eerder dan eind 2012 wist, dat de bananen van EBT voor onzakelijke prijzen werden verkocht. Het verwijt dat [eiser 2] /ZZC niet adequaat heeft geacteerd naar aanleiding van zijn/haar vermoeden dat de bananenhandel van EBT een dekmantel vormde voor drugssmokkel wijst het hof in r.o. 6.16 t/m 6.20 van de hand. Per saldo resteerden er daarna geen in rechte vaststaande feiten en omstandigheden en/of gegrond bevonden verwijten meer die het hof in hun onderlinge verband zou kunnen beoordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 51844 tot 53804.