Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Het hof overweegt in r.o. 6.10 dat in hetgeen UIB aanvoert ter onderbouwing van haar primaire vorderingsgrondslag als ‘het meest verstrekkende verwijt’ besloten ligt dat (…). Het hof formuleert vervolgens iets ruimer dan zoals in het subonderdeel is geparafraseerd. Ik wijs op de woorden in r.o. 6.10: ‘doordat – kort gezegd – [eiser 2] /ZZC samen met VFI heeft gehandeld in de bananen van EBT ([…], of althans [eiser 2] /ZZC daarbij op zodanige wijze betrokken was dat sprake is geweest van (zelfstandig) onrechtmatig handelen van [eiser 2] /ZZC jegens UIB)’ en 6.12: ‘(op enigerlei wijze) als ‘handelaar’/verkoper betrokken is geweest bij de verkoop ’. Deze samenvatting van de stellingen van UIB vind ik niet onbegrijpelijk. De in het subonderdeel bedoelde stellingen zijn onderdeel van – de 25 pagina’s beslaande – grief 1 met als kop ‘Onjuiste/onvolledige vaststelling feiten’. De stelling, uit de aanhef van par. 26 (xix) van de memorie van grieven, dat ZZC rechtstreeks inzicht had in en betrokken was bij de verkoop (…) volgt op een passage waarin UIB stelt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 56103 tot 57252.