Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Onder b en c stelt het subonderdeel dat het oordeel van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de stelplicht van UIB, althans dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is in het licht van de door partijen ingenomen stellingen. Het hof stelt te hoge eisen aan de stelplicht van UIB en miskent dat het gestelde in beginsel niet aannemelijk hoeft te worden gemaakt en dat ook geen ‘begin van bewijs’ hoeft te worden geleverd. Hetgeen het hof overweegt, vormt onvoldoende grond om van deze uitgangspunten af te wijken. De verwijzing van het hof naar de uitleg van ZZC c.s. over hun contacten met Tesco en The Green Grocer en het rapport van [betrokkene 7] vormen geen voldoende (begrijpelijke) motivering van het oordeel van het hof over de stelplicht. Uit het betoog van ZZC c.s. over Tesco blijkt dat ZZC rechtstreeks contact onderhield met deze partij over invoerrechten en zelf ook een factuur aan Tesco verstuurde. Tevens voert UIB in het subonderdeel onder c aan dat het betoog van UIB over Tesco betrekking had op een ander verwijt, onder andere dat [eiser 2] /ZZC (zeer wel) wist dat EBT de opdrachtgever/principaal van VFI was en rechthebbende van de EBT-bananen en dat ZZC zichzelf (ook) tot EBT richtte als er betalingsproblemen waren. UIB onderbouwt haar klachten verder door erop te wijzen dat het argument van ZZC c.s. dat The Green Grocer een relatie van ZZC en VFI uit 2011 was er niet aan afdoet dat ZZC in 2012 voor VFI EBT-bananen aan The Green Grocer heeft verkocht en geleverd. De verwijzing naar het rapport van [betrokkene 7] betreft een zuiver juridisch punt dat niets afdoet aan UIB’s stellingen en bovendien geen relevantie heeft voor de werkelijke, in subonderdeel 2.2.1, onder a aangehaalde grondslag van UIB. Met zijn oordeel dat ook de gesprekken van [eiser 2] met [betrokkene 6] en [betrokkene 5] ‘geen voldoende steun bieden voor het hier bedoelde verwijt’ miskent het hof de in subonderdeel 2.2.1 onder b verdedigde rechtsopvatting over de stelplicht, met name dat het gestelde in beginsel niet aannemelijk hoeft te worden gemaakt en dat ook geen ‘begin van bewijs’ hoeft te worden geleverd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 58164 tot 60518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256