Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
De eiser dient alle feiten te stellen die benodigd zijn voor het intreden van het door hem beoogde rechtsgevolg (art. 150 Rv). Pas wanneer aan de stelplicht is voldaan en de gestelde feiten voldoende gemotiveerd zijn betwist, vangt de fase van bewijslevering aan. De stelplicht en de motiveringsplicht ten aanzien van de betwisting hebben een dynamisch karakter. Zij ontwikkelen zich naar gelang het verloop van het processuele debat. Ook de onderbouwing met bewijsmateriaal kan van belang zijn voor de omvang van de stelplicht en vereiste mate van motivering van de betwisting. Van een partij die aanbiedt haar stellingen te bewijzen kan niet verlangd worden dat zij, om tot dit bewijs te worden toegelaten, op voorhand haar stellingen aannemelijk maakt en de daartegen gerichte stellingen van de wederpartij ontzenuwt. In de literatuur is gewaarschuwd voor het ten onrechte opschroeven van de stelplicht door de rechter, waardoor niet aan bewijslevering wordt toegekomen en de waarheidsvinding in het gedrang raakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 60818 tot 62168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256