Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Voor zover de subonderdelen zijn gericht tegen de overweging waarin het hof het rapport van [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] ) noemt, missen zij feitelijke grondslag. Uit de manier waarop het hof naar het rapport van [betrokkene 7] verwijst en uit hetgeen het hof daaruit citeert leid ik niet af dat het hof van oordeel is dat het rapport iets afdoet aan UIB’s stellingen. Het hof verwijst door middel van ‘vgl.’ naar dit rapport. Het uit het rapport aangehaalde citaat lijkt te dienen als schets van wat de gebruikelijke rol van de logistieke dienstverlener is en in dit geval, naar moet worden aangenomen, ook de rol van ZZC c.s. was, bij gebrek aan voldoende onderbouwing van de betrokkenheid van ZZC c.s. bij de verkoop van de bananen van EBT. De bevindingen uit het rapport onderstrepen dat betrokkenheid van een logistiek dienstverlener bij de verkoop onderbouwing behoeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 65559 tot 66501.