Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Ook de klacht gericht tegen de laatste zin van r.o. 6.12 over de gesprekken van [eiser 2] met [betrokkene 6] en [betrokkene 5] mist feitelijke grondslag. Anders dan het subonderdeel, lees ik in die zin niet dat het hof van oordeel is dat UIB het verwijt over betrokkenheid van ZZC c.s. bij de verkoop voldoende aannemelijk moet maken of moet bewijzen en dat de inhoud van deze gesprekken daarbij onvoldoende steun bieden. Ik begrijp r.o. 6.12 zo dat uit de inhoud van deze gesprekken geen nadere onderbouwing, in de zin van concretisering, kan worden afgeleid. Het subonderdeel vermeldt ook niet op welke wijze de inhoud van deze gesprekken de stellingen van UIB zouden kunnen ondersteunen. In zijn weergave van de inhoud van de transcriptie van de gesprekken, in r.o. 6.4, bij het laatste liggende streepje, noemt het hof de pogingen van [eiser 2] om bij diverse afnemers invoerrechten binnen te halen. Ook hier gaat het niet om betrokkenheid bij de verkoop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 66565 tot 67538.