Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Gezien de in subonderdeel 2.2.2 onder a genoemde vindplaatsen van de daar genoemde stellingen van ZZC c.s. (zie hiervoor onder 4.21) begrijp ik de verwijzing naar de stellingen van ZZC c.s. zo dat het subonderdeel onder b daarmee doelt op de verklaring van [eiser 2] , de passage uit het Hermesrapport en hetgeen [eiser 2] heeft of zou hebben verklaard in de gesprekken met [betrokkene 6] en [betrokkene 5] . De verklaring van [eiser 2] en de passage uit het Hermesrapport bieden, zoals hiervoor onder 4.22 al is vermeld, geen aanknopingspunt voor het moment dat [eiser 2] /ZZC wist dat VFI onzakelijk handelde. Tegenover de verklaring van [eiser 2] in de gesprekken met [betrokkene 6] en [betrokkene 5] zet het hof in r.o. 6.13 en 6.14 nou juist hetgeen [eiser 2] tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft verklaard (zie r.o. 6.14). Het hof verwijst naar de schriftelijke verklaring van [betrokkene 8] omdat daarin is vermeld dat [eiser 2] tijdens de gesprekken met [betrokkene 6] / [betrokkene 5] vanuit achteraf verkregen wetenschap had verklaard en daarbij de chronologie van de gebeurtenissen uit het oog had verloren. Niet onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat UIB haar stelling dat [eiser 2] /ZZC steeds, althans veel eerder dan eind 2012, wist dat de bananen van EBT voor onzakelijke prijzen werden verkocht, niet voldoende heeft onderbouwd, omdat in de stellingen waarnaar zij in subonderdeel 2.2.2 verwijst een (nadere) uitwerking of onderbouwing ontbreekt van de stelling dat [eiser 2] /ZZC veel eerder dan eind 2012 wist van de onzakelijke prijzen die VFI hanteerde. Een (nadere) concretisering mocht het hof hier wel verwachten. De in het subonderdeel aangehaalde passage uit de verklaring van [betrokkene 8] maakt niet onbegrijpelijk dat het hof naar de eerdere passage in die verklaring verwijst, dat [eiser 2] de chronologie uit het oog heeft verloren. De verwijzing van het hof naar de verklaring van [betrokkene 8] vind ik in het licht van wat nog meer in die verklaring is vermeld niet onbegrijpelijk. Uit de in het subonderdeel aangehaalde passage blijkt namelijk niet wanneer [eiser 2] /ZZC op hoogte was van het feit dat de bananen voor onzakelijke prijzen werden verkocht. Overigens bevat het subonderdeel geen vermelding van een vindplaats in de processtukken waar UIB zich ter onderbouwing van het door haar gemaakte verwijt op deze passage uit de verklaring van [betrokkene 8] beroept.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 75360 tot 77872.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256