Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.31 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

De waarheidsplicht van art. 21 Rv brengt een verplichting voor procespartijen mee tot het aanvoeren van alle voor de beslissing relevante gegevens. Of partijen aan deze verplichting hebben voldaan, berust op een aan de rechter die over de feiten oordeelt voorbehouden uitleg van de gedingstukken en op waarderingen van feitelijke aard die in cassatie niet op juistheid kunnen worden onderzocht. Wanneer partijen niet aan deze verplichting hebben voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, zo bepaalt art. 21 Rv. Het artikel schept aldus een discretionaire bevoegdheid. Het staat de rechter vrij om al dan niet consequenties te verbinden aan een schending van de waarheidsplicht. Indien de rechter gevolgen verbindt aan een schending van art. 21 Rv, dienen die in overeenstemming te zijn met de aard en ernst van de schending van de waarheids- en volledigheidsplicht en de overige omstandigheden van het geval. In zoverre kan de beslissing om gebruik te maken van de bevoegdheid van art. 21 Rv in cassatie ook, maar gelet op de discretionaire ruimte beperkt, op juistheid worden getoetst, zo begrijp ik uit de uitspraak van uw Raad van 16 juli 2021. Verschillende sancties zijn denkbaar, ook op het vlak van de stelplicht/motiveringsplicht en bewijslast. De motivering die de rechter voor zijn beslissing geeft kan op begrijpelijkheid worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 83669 tot 85519.