Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 1.1 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Het gaat in deze zaak om de vraag of ZZC c.s. mede aansprakelijk zijn voor schade als gevolg van jegens de Curaçaose bank UIB gepleegde factoringfraude. UIB financierde de bananenhandel van exporteur Eastern Breeze Trading Limited (hierna: EBT ) op basis van een factoringovereenkomst. Ten behoeve van de verkoop van bananen aan Europese afnemers had EBT VFI B.V. (hierna: VFI ) ingeschakeld. ZZC zorgde in opdracht van VFI voor de inklaring, afdracht van invoerrechten, opslag en uitklaring van de bananen van EBT. VFI heeft valse facturen gestuurd aan EBT, ter doorgeleiding aan UIB. UIB heeft zowel VFI en haar feitelijk leidinggevende en (indirect) bestuurders (hierna: VFI c.s. ) als ZZC c.s. aangesproken voor de door haar geleden schade. Deze cassatieprocedure heeft alleen betrekking op de vorderingen jegens ZZC c.s. UIB baseert haar vorderingen primair op onrechtmatig handelen van [eiser 2] /ZZC bestaande uit, kort gezegd, hun betrokkenheid bij en/of het faciliteren van het handelen van VFI c.s., en/of het schenden van een zorgplicht jegens EBT en UIB nadat bij hen het vermoeden ontstond dat de bananenhandel van EBT een dekmantel vormde voor drugssmokkel, en/of gevaarzetting door (de bestuurder van) VFI bij EBT te introduceren/bij haar aan te bevelen als verkoper. Subsidiair beroept UIB zich op groepsaansprakelijkheid (art. 6:166 BW). Jegens [eiser 2] , [Holding] en ZZC Beheer beroept UIB zich mede op bestuurdersaansprakelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 5662 tot 7239.