Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.51 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom stelling (i) relevant is voor het oordeel dat op [eiser 2] /ZZC geen rechts-/zorgplicht heeft gerust om geen ladingen van EBT meer af te handelen. Het hof heeft in r.o. 6.20 geoordeeld dat UIB/EBT in de in daaraan voorafgaande overwegingen genoemde omstandigheden redelijkerwijze niet van [eiser 2] /ZZC hebben mogen vergen dat hij/zij op eigen initiatief zou gaan onderzoeken wie de mogelijke financier van de bananenhandel van (het door hem/haar verdachte) EBT was. Of die financiering plaatsvond op basis van verpanding c.q. factoring of op andere wijze lijkt voor dat oordeel niet van belang. Overigens heeft het hof in r.o. 6.46 de – meer specifieke – stelling van UIB dat ZZC al voor september van het bestaan van de factoringovereenkomst op de hoogte is geraakt, of althans dat ZZC reeds voor september wist dat VFI niet langer gerechtigd was om als collecting agent de vorderingen van EBT op haar afnemers te incasseren, als onvoldoende onderbouwd verworpen. Het tegen dit oordeel gerichte subonderdeel 5.1.1 slaagt mijns inziens niet (zie hierna onder 4.91 e.v.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 112787 tot 113965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256