Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.60 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Subonderdeel 2.4.3 stelt dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is in het licht van de door het hof gepasseerde stellingen genoemd in subonderdeel 2.3.5. Het subonderdeel klaagt dat in het licht van de daar genoemde zes stellingen de door het hof in r.o. 6.18 en 6.19 genoemde omstandigheden – dat sprake was van een relatief korte periode van enige maanden en dat [eiser 2] vermoedde dat [betrokkene 2] /EBT verantwoordelijk was voor/afwist van de aanwezigheid van cocaïne – onvoldoende zijn om de conclusie te dragen dat op [eiser 2] /ZZC geen waarschuwingsplicht jegens EBT rustte, althans dat het oordeel van het hof zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 118601 tot 119335.