Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.68 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Ter onderbouwing van de stelling dat [eiser 2] wist dat UIB de betreffende financier was verwijst het subonderdeel naar de pleitnota van UIB in hoger beroep (randnr. 21), waar UIB stelt dat [eiser 2] wist, of in ieder geval gemakkelijk kon achterhalen, dat UIB als financier betrokken was bij de bananenhandel van EBT. In de pleitnota voert UIB aan dat [eiser 2] rechtstreeks van [betrokkene 2] had vernomen en begrepen dat het contact tussen EBT en de bank via een bankier van UIB liep, namelijk [betrokkene 1] , die [betrokkene 2] al jaren kende van een eerdere samenwerking. De pleitnota verwijst ter onderbouwing van deze stelling naar de laatste zin uit de volgende alinea uit de verklaring van [betrokkene 6] over het telefoongesprek dat hij op 12 augustus 2019 voerde met [eiser 2] :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 125244 tot 126111.