Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.74 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Subonderdeel 3.2.1 is gericht tegen r.o. 6.28-6.30. Onder a stelt het subonderdeel dat het hof een onbegrijpelijke, want onmiskenbaar te beperkte, uitleg heeft gegeven aan de stellingen van UIB. Door UIB is betoogd dat de primaire vraag niet is of [eiser 2] wist dat [betrokkene 4] wegens factoringfraude was veroordeeld, maar of hij wist dat hij met [betrokkene 4] /VFI aan [betrokkene 2] een voor EBT onbetrouwbare zakelijke partner introduceerde. Daarbij heeft UIB ook gewezen op het feit dat [betrokkene 4] failliet was gegaan en ZZC nog geld van hem tegoed had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 131593 tot 132322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256