Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.76 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Onder b stelt subonderdeel 3.2.1 dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan de stelplicht van UIB. De verwijzing van het hof naar de verklaring van [eiser 2] over wat hij van [betrokkene 4] wist toen hij hem bij [betrokkene 2] introduceerde en de verwerping door het hof van UIB’s lezing van de in r.o. 6.24 aangehaalde e-mail van [eiser 2] aan [betrokkene 4] van 25 juli 2012 (zie r.o. 6.28-6.29) vormen geen voldoende (begrijpelijke) motivering van de afwijking van de regel dat degene die een ander onrechtmatig handelen verwijt in beginsel niet meer hoeft te stellen dan feiten die tot de conclusie kunnen leiden dat van onrechtmatig handelen sprake is en dat een betwisting van die feiten in beginsel slechts als gevolg heeft dat de vraag naar bewijslevering ter tafel komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 134882 tot 135725.