Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.77 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Onder c voert het subonderdeel aan dat de onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof te meer volgt uit de omstandigheid dat op ZZC c.s. een verzwaarde motiveringsplicht rust, bovendien vaststaat dat ZZC c.s. art. 21 Rv hebben geschonden en dat UIB een specifiek en relevant getuigenbewijsaanbod heeft gedaan met de strekking dat [eiser 2] wist dat VFI een voor EBT onbetrouwbare partij was en dat [eiser 2] in 2011 en in ieder geval in de zomer van 2012 op de hoogte was van de eerdere factoringfraude van [betrokkene 4] . Hetgeen in subonderdelen 2.2.4-2.2.5 is aangevoerd, geldt evenzeer voor dit oordeel van het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 135789 tot 136473.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256