Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.80 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

In het in subonderdeel 3.2.1, onder c, genoemde getuigenbewijsaanbod heeft UIB bewijs aangeboden van haar stellingen ten aanzien van de kennis van [eiser 2] /ZZC van, kort gezegd, de factoringfraude door alle middelen rechtens, en in het bijzonder door het horen van getuigen onder wie [eiser 2] , [betrokkene 4] en hun respectieve werknemers. In memorie van grieven, randnr. 140, waar UIB het bewijsaanbod doet, herhaalt UIB haar stelling, onder meer, dat het niet geloofwaardig is dat ZZC geen kennis zou hebben genomen van het faillissementsrapport van december 2011 van QDF.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 139963 tot 140618.