Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 4.86 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
Onderdeel 4 is gericht tegen r.o. 6.33-6.38, waarin het hof oordeelt dat voor zover de primaire vordering gebaseerd is op het verwijt dat [eiser 2] /ZZC de (verdere) handel met EBT/VFI niet (eerder) heeft gestaakt, of althans EBT en/of haar (nog te achterhalen) ketenpartners niet heeft ingelicht over het vermoeden dat de handel in bananen een dekmantel vormde voor cocaïnesmokkel, deze vordering ook niet toewijsbaar is, omdat niet is voldaan aan het vereiste van ‘redelijke toerekening’, zoals dat naast het vereiste van het bestaan van c.s.q.n.-verband in art. 6:98 BW besloten ligt. Deze overwegingen geeft het hof ten overvloede. (zie ook r.o. 6.33) UIB heeft alleen belang bij vernietiging op grond van de klachten van dit onderdeel, voor zover een of meer klachten slagen gericht tegen het oordeel over voornoemde verwijten. Ik heb in de voorgaande onderdelen geconcludeerd dat die klachten niet slagen en behandel dit onderdeel daarom niet. Ik merk wel op dat uit het voorgaande al blijkt dat ik het oordeel van het hof zo lees dat het alleen betrekking heeft op het genoemde onrechtmatig handelen. In zoverre faalt subonderdeel 4.4, dat is ingesteld voor het geval het oordeel van het hof ook op ander onrechtmatig handelen betrekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 148248 tot 149562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256