Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 4.95 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

Ik bespreek eerst de subonderdelen voor zover ze betrekking hebben op de stellingen van UIB over de wetenschap van de wijze van financiering. Op de in het subonderdeel opgegeven vindplaatsen van de stelling dat [eiser 2] /ZZC vanaf het begin wist dat de EBT-bananenhandel door een bank zou worden gefinancierd op voorwaarde van factoring c.q. verpanding verwijst UIB ter onderbouwing naar de verklaring van [eiser 2] tijdens het getuigenverhoor gehouden op 10 september 2013 dat hij wist wat factoring inhield en dat hij van [betrokkene 2] wat Wildwestverhalen over een factoringsovereenkomst tussen EBT en een bank had gehoord, maar niet meer wist wanneer en dat [betrokkene 2] hem in het begin, nog voordat er bananen binnenkwamen, gezegd had dat het de bedoeling was om te gaan factoren. Uit het proces-verbaal van het getuigenverhoor blijkt dat [eiser 2] vervolgens heeft verklaard: ‘Aan het einde van de rit, toen alles mis liep, heeft hij over de factoringovereenkomst verteld. Ik heb nooit geloofd dat EBT zou gaan factoren. Er werd ook totaal anders gehandeld en mijn toegezegde bankgarantie is ook nooit gekomen.’ Ook wijst UIB op de door het hof in r.o. 6.42(iv) geciteerde passage uit de verklaring van [eiser 2] tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 164590 tot 166138.