Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.
(xiv) EBT zond in het kader van de factoring pandaktes en afschriften van de, naar zeggen van VFI, aan de Europese afnemers verzonden facturen toe aan UIB. De aangeboden facturen waren op naam van EBT gesteld en vermeldden op de tussen UIB en EBT overeengekomen wijze steeds het voorgeschreven betaaladres van UIB bij Deutsche Bank. UIB heeft op basis van die ter factoring aan haar aangeboden facturen (aanvullend) krediet verleend aan EBT. Het was overigens niet de bedoeling dat alle vorderingen van EBT aan UIB ter factoring werden voorgelegd; VFI mocht betalingen blijven incasseren die bedoeld waren om lokale kosten van de handel te dekken, met name de kosten van ZZC, die ook de invoerrechten voorfinancierde (inl. dagv. randn. 20).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 12627 tot 13380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5 | shasum -a 256