Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:98.

In r.o. 6.54-6.60 bespreekt het hof het beroep van UIB op art. 21 Rv. Tussen partijen is niet in geschil dat door ( [eiser 2] voor) ZZC c.s. eerder in deze procedure op een tweetal punten niet volledig en naar waarheid is verklaard, althans geen volledige openheid van zaken is verschaft. Volgens UIB dient de schending van de waarheidsplicht ertoe te leiden dat de stellingen en betwistingen van ZZC c.s. in deze procedure in beide instanties als ontoereikend gemotiveerd onderbouwd gepasseerd moeten worden. Het hof is van oordeel dat deze punten van belang zouden kunnen worden gevonden voor de beoordeling van het geschil, maar dat geen sprake is van een zodanige (ernstige) schending door ZZC c.s. van artikel 21 Rv dat deze de vergaande gevolgtrekking kan rechtvaardigen die UIB voorstaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4e01ed785bd49825c338a438b8e9fe1b86c649b64d8cac8d85ac383e3d04e5, en de alinea staat in dat document op bytes 32102 tot 32911.