Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:987.

De brief van 18 juli 2023 en het e-mailbericht van 4 augustus 2023 zijn dus rechterlijke beslissingen. Hiervan uitgaande, rijst de vraag of de moeder hoger beroep kan instellen tegen deze rechterlijke beslissingen. Naar mijn mening is dat niet het geval. De rechterlijke beslissingen van 18 juli 2023 en 4 augustus 2023 zien uitsluitend op de processuele positie van de moeder – is zij belanghebbende of slechts informant? – in het hoofdgeding, de kinderbeschermingszaak van de minderjarige. De rechterlijke beslissingen van 18 juli 2023 en 4 augustus 2023 maken geen einde omtrent enig deel van het verzochte dat inzet is van het hoofdgeding. Hieruit volgt dat de rechterlijke beslissingen van 18 juli 2023 en 4 augustus 2023 gelden als tussenbeslissingen. Ik verwijs hiervoor naar HR 25 mei 2012, rov. 4.3. In verzoekschriftzaken geldt dat hoger beroep openstaat van eindbeslissingen (art. 358 lid 1 Rv) en dat van tussenbeslissingen slechts tegelijk met de eindbeslissing hoger beroep kan worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald (art. 358 lid 4 Rv). In de onderhavige zaak heeft de rechtbank geen tussentijds hoger beroep opengesteld tegen de tussenbeslissingen van 18 juli 2023 en 4 augustus 2023, zodat van deze tussenbeslissingen slechts tegelijk met de eindbeslissing in het hoofdgeding – de kinderbeschermingszaak – hoger beroep kan worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c, en de alinea staat in dat document op bytes 17866 tot 19390.