Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:987.

In onderdeel I, onder 7 , betoogt de moeder dat de waarborg van een ‘effective remedy’ als bedoeld in art. 13 EVRM vereist dat een ouder zonder gezag terstond en met schorsende werking hoger beroep moet kunnen instellen tegen een beslissing van de rechtbank om deze ouder niet als belanghebbende aan te merken in een procedure zoals de onderhavige. Het middel voert hiervoor aan dat, als een ouder zonder gezag in eerste aanleg de zaak niet heeft kunnen bepleiten omdat deze ouder niet als belanghebbende is aangemerkt, het herstellen hiervan in hoger beroep te laat kan zijn omdat de feitelijke situatie ten nadele van deze ouder zozeer gewijzigd kan zijn dat het hoger beroep geen kans van slagen meer heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c, en de alinea staat in dat document op bytes 22577 tot 23341.