Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:987.

Voor zover het middel zou willen betogen dat tegen een tussenbeslissing waarin het verzoek van een ouder zonder gezag om aangemerkt te worden als belanghebbende is afgewezen, in alle gevallen terstond hoger beroep mogelijk moet zijn, vindt dat betoog geen steun in het recht. De waarborg van een ‘effective remedy’ als bedoeld in art. 13 EVRM noopt daartoe evenmin. In het algemeen geldt dat gerechten ernaar streven om kinderbeschermingszaken met de nodige voortvarendheid te behandelen. Deze zaken worden binnen de kortst mogelijke termijn op zitting geplaatst, terwijl de uitspraak kort na de zitting volgt als die al niet mondeling wordt gedaan. Aldus beschouwd zal een ouder zonder gezag in het algemeen binnen een redelijke termijn, tegelijk met de eindbeslissing in de hoofdzaak, een rechtsmiddel moeten kunnen aanwenden tegen een tussenbeslissing waarin het verzoek van deze ouder om als belanghebbende te worden aangemerkt is afgewezen. Mocht dat om welke reden dan ook niet het geval zijn, dan kan deze ouder zonder gezag de rechtbank verzoeken om tussentijds hoger beroep open te stellen tegen de tussenbeslissing tot afwijzing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c, en de alinea staat in dat document op bytes 23405 tot 24626.