Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:987.

Daarbij komt nog dat de moeder niet heeft aangevoerd, laat staan heeft onderbouwd, dat de feitelijke en/of juridische situatie van de minderjarige door tijdsverloop zodanig is gewijzigd dat de mogelijkheid van de moeder om tegen de tussenbeslissingen van 18 juli 2023 en 4 augustus 2023 tegelijk met de eindbeslissing in de hoofdzaak hoger beroep in te stellen geen ‘effective remedy’ is als bedoeld in art. 13 EVRM. Overigens gaat het middel eraan voorbij dat tussentijds hoger beroep van een tussenbeslissing geen schorsende werking heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fec405cf4e59ed76baa57daed5a35be43c777d226037ed663d9d2f0f1737e94c, en de alinea staat in dat document op bytes 24690 tot 25312.